ECLI:NL:RBROT:2010:BP0283
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding verzettermijn na loonbeslag
De zaak betreft een verzetprocedure van een gedaagde tegen een verstekvonnis dat op 14 mei 2005 was gewezen. ICS had op basis van dit vonnis loonbeslag gelegd bij de werkgevers van de gedaagde in juli en oktober 2009. De gedaagde voerde aan dat hij niet tijdig in verzet kon komen omdat hij niet op de hoogte was van het verstekvonnis en de reden van het loonbeslag.
De rechtbank stelde vast dat de gedaagde meerdere keren per e-mail en brief contact had gezocht met de deurwaarder en ICS over het loonbeslag en betalingsregelingen, waarbij hij het dossiernummer van het verstekvonnis noemde. Dit duidt op voldoende bekendheid met de tenuitvoerlegging van het vonnis.
De verzettermijn van vier weken begon daardoor te lopen uiterlijk vóór 26 oktober 2009, terwijl de verzetdagvaarding pas op 7 december 2009 werd betekend. De rechtbank oordeelde dat er geen omstandigheden waren die toepassing van de verzettermijn konden achterwege laten, zoals het beginsel van hoor en wederhoor. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank bevestigde het verstekvonnis en veroordeelde de gedaagde in de kosten van de verzetprocedure, begroot op €904 aan advocaatkosten.
Uitkomst: Gedaagde is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet wegens overschrijding van de verzettermijn.