ECLI:NL:RBROT:2010:BP0284
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing curator in faillissementsrechtelijke pauliana vordering en vernietiging inschrijving koop- en huurovereenkomst
De curator in het faillissement van een onderneming vorderde vernietiging van een koop- en huurovereenkomst tussen de failliet en derden, stellende dat deze transacties paulianeus waren en de crediteuren benadeelden. De rechtbank toetste of bij het aangaan van de koopovereenkomst in 2004 bekend was of redelijkerwijs voorzienbaar was dat het faillissement van de onderneming en een tekort daarin zou optreden.
Uit getuigenverklaringen bleek dat de onderneming financiële problemen kende, maar dat er concrete plannen waren om een inkoopcombinatie op te zetten om liquiditeitsproblemen op te lossen. De Friesland Bank was bereid een krediet te verstrekken op basis van groeiverwachtingen. Het faillissement volgde pas na een hartaanval van de senior en de overspannenheid van de junior, waardoor het bedrijf niet meer werd geleid.
De rechtbank oordeelde dat het tegenbewijs van de gedaagden slaagde en dat niet kon worden aangenomen dat de curator aannemelijk had gemaakt dat de koper en verkoper wisten of behoorden te weten dat de transacties de crediteuren zouden benadelen. De curator werd niet-ontvankelijk verklaard in meerdere vorderingen en veroordeeld in de proceskosten. De vernietiging van de inschrijving van de koop- en huurovereenkomst in het kadaster werd ongedaan gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en verklaart dat de curator ten onrechte de koop- en huurovereenkomst heeft vernietigd en ingeschreven in het kadaster.