ECLI:NL:RBROT:2010:BP1132
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van de instantie wegens ontbreken van advocaat in Europees betalingsbevelprocedure
De zaak betreft een procedure naar aanleiding van een Europees betalingsbevel waarbij tegen het bevel verweer is gevoerd door de gedaagde. Volgens de toepasselijke wetgeving wordt de procedure in dat geval voortgezet als een gewone bodemzaak en dient de eiser zich te laten bijstaan door een advocaat.
De rechtbank heeft eiser meerdere malen in de gelegenheid gesteld om een advocaat te stellen, onder meer op de rolzitting van 17 november 2010, maar hiervan is geen gebruik gemaakt. Ondanks waarschuwingen en een expliciete beschikking van de rechtbank Den Haag dat partijen niet in persoon maar bij advocaat dienen te verschijnen, heeft eiser geen advocaat gesteld.
Gelet op artikel 123 lid 2 Rv Pro leidt het ontbreken van een advocaat aan de zijde van eiser tot ontslag van de gedaagde van de instantie. Daarnaast wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde. De rechtbank spreekt het vonnis uit in het openbaar op 29 december 2010.
Uitkomst: Gedaagde wordt ontslagen van de instantie wegens het ontbreken van advocaat aan de zijde van eiser, met veroordeling van eiser in de proceskosten.