ECLI:NL:RBROT:2010:BP1237
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering immateriële schadevergoeding en gederfd levensonderhoud na doodslag ex-man
Eiseres, weduwe van de in 2004 door gedaagde gedode echtgenoot, vordert immateriële schadevergoeding en vergoeding van gederfd levensonderhoud op grond van artikel 6:108 BW Pro. De rechtbank stelt vast dat eiseres en haar ex-man gescheiden van tafel en bed waren en/of niet meer samenwoonden, waardoor het enkele feit van hun huwelijk en kind onvoldoende is voor vergoeding van affectieschade.
De rechtbank acht voorshands bewezen dat eiseres een psychiatrisch ziektebeeld heeft ontwikkeld na de confrontatie met het lijk van haar echtgenoot, maar houdt de beslissing over shockschade aan totdat nader bewijs is geleverd. Eiseres wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent het bestaan van een samenlevingsverband en de mate waarin haar ex-man in haar levensonderhoud voorzag.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de begrafeniskosten deels toewijsbaar zijn en dat de behoefte aan levensonderhoud deels is aangetoond, maar dat nader bewijs vereist is over de omvang en duur van deze behoefte. De rechtbank draagt eiseres op bewijs te leveren over de gezinssituatie en de behoefte aan levensonderhoud, waarna de procedure kan worden voortgezet.
Uitkomst: Beslissing over shockschade en gederfd levensonderhoud wordt aangehouden en bewijslevering toegelaten over samenwoning en levensonderhoud.