ECLI:NL:RBROT:2010:BP1414

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
362443 - HA ZA 10-2738
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:235 lid 4 BWArt. 3:52 lid 1 BWArt. 6:234 lid 1 onder a BWArt. 6:233 onder b BWArt. 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident over forumkeuzebeding en vernietigbaarheid algemene voorwaarden

In deze civiele procedure stond een bevoegdheidsincident centraal waarbij de eiser, wonende te Amsterdam, betoogde dat de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd moest verklaren vanwege het ontbreken van tijdige terhandstelling van de algemene voorwaarden met een forumkeuzebeding.

De verweerster, Walon B.V., stelde dat de algemene voorwaarden weliswaar deel uitmaakten van de overeenkomst, maar kon niet aantonen dat deze aan de eiser waren overhandigd. Hierdoor kon het forumkeuzebeding als vernietigbaar worden beschouwd. Tevens werd het beroep op verjaring en rechtsverwerking door Walon verworpen omdat niet was gebleken dat de eiser eerder met het beding was geconfronteerd.

De rechtbank oordeelde dat Walon niet had voldaan aan haar bewijslast omtrent de terhandstelling en dat het beroep op verjaring niet slaagde. Ook was onvoldoende gesteld om rechtsverwerking aan te nemen. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Amsterdam, de woonplaats van de eiser. Walon werd veroordeeld in de kosten van het incident.

Uitkomst: Rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar rechtbank Amsterdam vanwege vernietigbaarheid forumkeuzebeding.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 362443 / HA ZA 10-2738
Vonnis in incident van 22 december 2010
in de zaak van
[opposant in de hoofdzaak],
wonende te Amsterdam,
opposant in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. F.H.G. Meijers,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WALON B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
geopposeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. H.M. Eijking.
Partijen zullen hierna [opposant in de hoofdzaak] en Walon genoemd worden.
1. De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding van 19 mei 2008 en de door Walon in het geding gebrachte producties;
- het verstekvonnis van 25 juni 2008;
- de verzetdagvaarding van 23 juli 2010 tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring;
- de incidentele conclusie van antwoord van 13 oktober 2010.
2. het geschil en de beoordeling ervan in het incident
2.1. De rechtbank begrijpt uit de stellingen van [opposant in de hoofdzaak] dat hij vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vordering van Walon kennis te nemen en de zaak verwijst naar Rechtbank Amsterdam. [opposant in de hoofdzaak] legt hieraan het volgende ten grondslag. Walon beroept zich op haar algemene voorwaarden op grond waarvan Rechtbank Rotterdam exclusief bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen. [opposant in de hoofdzaak] vernietigt de algemene voorwaarden, nu deze nimmer aan hem ter hand zijn gesteld. [opposant in de hoofdzaak] woont in Amsterdam, zodat op grond van artikel 99 Wetboek Pro Burgerlijke Rechtsvordering Rechtbank Amsterdam bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
2.2 Walon heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijk verklaring, dan wel afwijzing van
de vordering van [opposant in de hoofdzaak], met veroordeling van [opposant in de hoofdzaak] in de kosten van het geding. Walon legt hieraan het volgende ten grondslag. Walon betwist dat zij haar algemene voorwaarden nimmer aan [opposant in de hoofdzaak] ter hand heeft gesteld, maar kan thans in haar dossiers niet meer terugvinden dat haar algemene voorwaarden in 2006 aan [opposant in de hoofdzaak] zijn overhandigd. Het beroep van [opposant in de hoofdzaak] op vernietiging van de algemene voorwaarden is verjaard. Het beroep op vernietiging verjaart op grond van artikel 6:235 lid 4 juncto Pro artikel 3:52 lid 1 aanhef Pro onder d Burgerlijk Wetboek immers na drie jaren vanaf de dag waarop een beroep wordt gedaan op haar algemene voorwaarden. De incasso-gemachtigde van Walon, CreditForce B.V. heeft op 16 juli 2007 een sommatie verzonden waarbij Walon zich beroept op haar algemene voorwaarden. Voor zover er geen sprake is van verjaring, beroept Walon zich op rechtsverwerking, nu [opposant in de hoofdzaak] reeds langer dan drie jaren de mogelijkheid heeft gehad om de algemene voorwaarden te vernietigen.
2.3 De incidentele conclusie van onbevoegdheid is vóór alle weren en derhalve tijdig
genomen. Ten aanzien van haar bevoegdheid om van het geschil kennis te nemen,
overweegt de rechtbank als volgt.
2.4 Niet in geschil is dat de algemene voorwaarden van Walon die, naar Walon in haar
dagvaarding onbetwist heeft gesteld deel uitmaken van de met [opposant in de hoofdzaak] gesloten overeenkomst, een forumkeuzebeding bevatten op grond waarvan deze rechtbank bevoegd is om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.
[opposant in de hoofdzaak] heeft betoogd dat de algemene voorwaarden evenwel vernietigbaar zijn, nu deze algemene voorwaarden niet aan hem ter hand zijn gesteld. Op Walon rust de bewijslast omtrent de met een beroep op het bepaalde in artikel 6:234 lid 1 onder Pro a juncto artikel 6:233 onder Pro b Burgerlijk Wetboek door [opposant in de hoofdzaak] betwiste terhandstelling van de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst. Walon heeft gesteld dat zij de algemene voorwaarden wel tijdig ter hand heeft gesteld, maar daaraan heeft zij toegevoegd die terhandstelling niet in haar dossiers te kunnen terugvinden. Die stelling begrijpt de rechtbank aldus dat Walon geen bewijsaanbod ter zake heeft willen doen. Dat betekent dat niet vastgesteld kan worden dat de algemene voorwaarden tijdig ter hand zijn gesteld zodat het bovengenoemde forumkeuzebeding in beginsel vernietigbaar is.
2.5 Het verweer van Walon dat het beroep van [opposant in de hoofdzaak] op de vernietigbaarheid van de
algemene voorwaarden is verjaard, faalt. De verjaringstermijn van artikel 6:235 lid 4 juncto Pro artikel 3:52 lid 1 aanhef Pro onder d Burgerlijk Wetboek vangt eerst aan vanaf het moment dat de wederpartij, in casu [opposant in de hoofdzaak], met een beroep op een beding wordt geconfronteerd.
In bovengenoemde brief van 16 juli 2007 wordt namens Walon weliswaar door CreditForce B.V. naar de algemene voorwaarden verwezen, maar wordt niet verwezen naar de specifieke bepaling in de algemene voorwaarden die over de forumkeuze gaat. Daarmee is de verjaringstermijn van drie jaren ten aanzien van het forumkeuzebeding niet aangevangen op 16 juli 2007. Ook overigens is niet gebleken dat het beroep van [opposant in de hoofdzaak] op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden op 23 juli 2010 is verjaard.
2.6 Voorts is voor het aannemen van rechtsverwerking hetgeen Walon heeft gesteld onvoldoende. Immers, niet gesteld of gebleken is van de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij Walon het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat [opposant in de hoofdzaak] geen beroep meer zou doen op het vernietigen van het onderhavige beding uit de algemene voorwaarden, hetzij Walon onredelijk door de vernietiging zou worden benadeeld.
2.7 Het vooroverwogene leidt ertoe dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, en dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen. Op grond van artikel 99 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering is de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd. De rechtbank zal de zaak derhalve naar Rechtbank Amsterdam verwijzen.
2.8 Walon zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit incident.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar Rechtbank Amsterdam;
veroordeelt Walon in de kosten van dit incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [opposant in de hoofdzaak] bepaald op € 452,- aan salaris voor de advocaat.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2010.?