ECLI:NL:RBROT:2010:BP2356
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepsfout advocaat wegens ontbreken deugdelijke volmacht bij procedurevoering
In deze civiele beroepsaansprakelijkheidsprocedure staat centraal of de advocaat, hierna [gedaagden], beschikte over een geldige volmacht van [A] om namens hem procedures te voeren tegen Caritra B.V. De rechtbank concludeert dat een specifieke en deugdelijke opdracht ontbrak, ondanks dat [gedaagden] aannam dat [A] instemde met de procedures. Getuigenverklaringen van [B] en [C], samen met een schriftelijke verklaring van [A], ondersteunen dit oordeel.
De rechtbank benadrukt dat een advocaat zich voorafgaand aan het starten van een procedure moet verzekeren van een geldige volmacht. Het enkele vertrouwen van [gedaagden] in een algemene volmacht en het feit dat [A] aanwezig was bij een procedure, volstaan niet. De verklaringen tonen aan dat [A] niet expliciet opdracht gaf en dat overleg met [D] plaatsvond alsof deze de cliënt was.
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van een bedrag van €74.032 af, maar verwijst de schadestaatprocedure naar een later stadium voor nader bewijs van de geleden schade. De advocaat wordt hoofdelijk veroordeeld tot schadevergoeding voor het ontbreken van de volmacht en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De advocaat wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens het ontbreken van een deugdelijke volmacht en tot betaling van proceskosten.