ECLI:NL:RBROT:2010:BP3141
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht woningcorporatie faalt in aantonen hoofdverblijf huurder elders
Een woningcorporatie, Woonstad, vordert dat wordt vastgesteld dat de huurder zijn hoofdverblijf niet heeft in de door hem gehuurde woning aan de [locatie] te Rotterdam. Woonstad kreeg een bewijsopdracht om dit aan te tonen.
Tijdens het proces werden vier getuigen gehoord, waaronder een particulier rechercheur en buurtbewoners. De verklaringen waren verdeeld: sommige getuigen zagen de huurder regelmatig in de woning of in de buurt, anderen vermoedden dat hij bij zijn vriendin verbleef. Een medewerker van Woonstad verklaarde niet uit eigen ervaring, maar had gehoord dat de woning als opslag werd gebruikt en dat de huurder er sober leefde.
De kantonrechter oordeelde dat Woonstad niet is geslaagd in de bewijslevering dat de huurder elders zijn hoofdverblijf heeft. Het feit dat de woning sober is ingericht en de huurder er niet vaak wordt aangetroffen, betekent niet automatisch dat zijn hoofdverblijf elders is. De vordering van Woonstad werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Woonstad wordt afgewezen omdat zij niet heeft bewezen dat de huurder zijn hoofdverblijf elders heeft.