ECLI:NL:RBROT:2010:BP5139
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Driel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing adoptieverzoek ongeboren vrucht duo-moeder wegens wettelijke belemmering
Verzoeksters, een geregistreerd partnerschap, vroegen primair de adoptie uit te spreken van de ongeboren vrucht van een van hen, die zwanger is door spermadonatie van een bekende donor. De rechtbank overwoog dat de donor geen familierechtelijke band wenst en niet als belanghebbende wordt aangemerkt. Verzoeksters stelden dat de huidige wetgeving in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat adoptie voor de geboorte in het belang van het kind is, onder meer vanwege medische beslissingsbevoegdheid.
De rechtbank oordeelde dat medische noodsituaties ook zonder gezag geregeld kunnen worden en dat artikel 1:230 lid 2 BW Pro adoptie voor de geboorte uitsluit. Er is geen strijd met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro omdat adoptie en erkenning verschillende juridische doelen dienen. Het concept wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap biedt geen mogelijkheid tot erkenning voor de geboorte en is bovendien nog niet ingevoerd.
De rechtbank wees het primaire verzoek af en hield de zaak aan tot na de geboorte, zodat de geboorteakte kan worden overgelegd. Verzoeksters hoeven niet te verschijnen bij de pro forma-zitting. Het verzoek tot adoptie kan dan opnieuw worden beoordeeld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door een advocaat.
Uitkomst: Verzoek tot adoptie van de ongeboren vrucht wordt afgewezen vanwege wettelijke belemmering, zaak aangehouden tot na geboorte.