ECLI:NL:RBROT:2010:BQ2090
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Nouwt
- Rechtspraak.nl
Ontslag en loonvordering afgewezen wegens onvoldoende bewijs en gebruik valse documenten
In deze zaak tussen eiser en gedaagde staat de hoogte van het afgesproken salaris centraal. Beide partijen hebben bewijsopdrachten gekregen, maar geen van beiden slaagde erin het bewijs te leveren. De kantonrechter constateert dat partijen gebruik maakten van valse documenten en een onjuiste weergave van de feiten gaven, wat pas laat in de procedure aan het licht kwam.
De getuigenverhoren en het deskundigenonderzoek leverden geen doorslaggevend bewijs op dat gedaagde de handtekeningen op de salarisspecificaties heeft geplaatst. Hierdoor kon de loonvordering van eiser niet worden vastgesteld. Ook de stelling van gedaagde dat de arbeidsovereenkomst op 3 september 2007 is beëindigd wegens een dringende reden werd onvoldoende onderbouwd.
De kantonrechter oordeelt dat eiser na begin september 2007 geen aanspraak meer heeft op loon, mede omdat hij geen werkzaamheden meer verrichtte. De vorderingen van beide partijen worden afgewezen. Partijen worden veroordeeld tot betaling van de kosten van het deskundigenonderzoek en dragen verder ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De loonvorderingen en reconventievorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en partijen worden veroordeeld tot betaling van eigen kosten.