ECLI:NL:RBROT:2010:BR4705
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Non-concurrentiebeding niet langer van toepassing na detachering naar ander bedrijf
Werknemer trad in 1997 in dienst bij Werkgever met een non-concurrentiebeding dat hem verbood om binnen twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in een concurrerend bedrijf te werken. In 2005 werd de verhuurafdeling van Werkgever overgebracht naar R. BV, waar Werknemer werd gedetacheerd, terwijl hij formeel in dienst bleef van Werkgever.
Werknemer wilde in 2009 elders gaan werken en verzocht ontslag van het non-concurrentiebeding. Werkgever hield hieraan vast, maar de kantonrechter oordeelde dat het beding niet geldt voor de werkzaamheden bij R. BV, omdat dit een zelfstandig bedrijf is met een breder dienstenpakket dan Werkgever. Daarnaast is het beding na detachering zwaarder gaan drukken, waardoor het niet langer bindend is.
De kantonrechter stelde vast dat het non-concurrentiebeding schriftelijk was overeengekomen en ongewijzigd bleef bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Echter, het beding geldt niet voor de activiteiten van R. BV en werknemer mag na beëindiging van zijn dienstverband bij Werkgever in dienst treden bij I BV, een ander verhuurbedrijf. De kosten van het geding worden gecompenseerd en verdere vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding geldt niet voor werkzaamheden bij R. BV en werknemer mag bij I BV in dienst treden.