ECLI:NL:RBROT:2011:BP0951
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Janssen
- Sikkel
- Koekebakker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in loverboy-zaak wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Rotterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte en zes medeverdachten wegens diverse strafbare feiten die onder de noemer loverboy-feiten vallen. De tenlastelegging betrof onder meer verkrachting, vrijheidsberoving en seksuele dwang. De zaak werd op meerdere zittingsdagen behandeld, waarbij de verklaringen van aangeefster centraal stonden.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding deels nietig was vanwege onduidelijkheid in de beschrijving van een feit. De bewijsvoering was grotendeels gebaseerd op de verklaring van aangeefster, die echter op meerdere punten inconsistent en onbetrouwbaar werd geacht. De verklaringen van verdachten en getuigen verschilden significant en werden door de rechtbank geloofwaardiger bevonden. Daarnaast ontbrak aanvullend bewijs dat de kern van het strafbare feit, namelijk het tegen de wil van aangeefster plaatsvinden van de gedragingen, bevestigde.
De rechtbank stelde dat de verklaringen van aangeefster onvoldoende steun vonden in bijkomend bewijs en dat haar inconsistenties en onbeantwoorde vragen het vertrouwen in haar verhaal ondermijnden. Gezien deze omstandigheden kon de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan en sprak hem vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onbetrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster.