ECLI:NL:RBROT:2011:BP1528
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- P.H. Veling
- W.J.J. Wetzels
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens schending hoor en wederhoor
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die het getuigenverhoor van een door de verdediging opgeroepen getuige voortzette, ondanks dat een collega-rechter-commissaris kort daarvoor gewraakt was vanwege hetzelfde verhoor. De rechter-commissaris begon het verhoor buiten aanwezigheid en medeweten van de verdediging en officier van justitie, met het oogmerk te voorkomen dat ook hij gewraakt zou worden.
De verdediging stelde dat dit handelen in strijd was met het recht op hoor en wederhoor en de beginselen van een behoorlijke procesorde, en dat het verhoor onwettig was omdat het plaatsvond terwijl een bezwaarschrift tegen het verhoor nog niet was behandeld. De rechter-commissaris voerde aan dat zijn beslissing een procedurele maatregel was om misbruik van procesrecht te voorkomen en dat hij niet partijdig was.
De rechtbank overwoog dat een onwelgevallige beslissing op zich geen grond voor wraking is, tenzij deze zo onbegrijpelijk is dat er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De rechtbank oordeelde dat het voortzetten van het verhoor buiten aanwezigheid van de verdediging en zonder afwachting van de beslissing op het bezwaarschrift in strijd was met artikel 186a lid 1 Sv en de beginselen van een behoorlijke procesorde. Hierdoor was de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd.
De rechtbank concludeerde dat de wraking gegrond is en wees het verzoek toe, waarbij zij het belang van het recht op aanwezigheid van de verdediging bij het verhoor benadrukte en het handelen van de rechter-commissaris als onbegrijpelijk bestempelde.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt toegewezen wegens schending van het recht op hoor en wederhoor en objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.