ECLI:NL:RBROT:2011:BP2001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot toegang tot Rotterdamse havenfaciliteiten voor verkoop aan boord
MTS vorderde in kort geding dat Vopak haar zou toelaten tot het Rotterdamse haventerrein om producten aan boord van schepen te verkopen. MTS stelde dat Vopak haar stelselmatig en onheus de toegang ontzegde, in strijd met de ISPS-code. Vopak voerde aan dat zij de kapitein van het schip moet raadplegen voor toegang en dat de weigeringen gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen conform de ISPS-code.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uit het overgelegde overzicht niet bleek dat sprake was van een stelselmatige weigering. Van de 26 schepen was MTS op 8 schepen aanvankelijk geweigerd, maar op 6 daarvan later alsnog toegelaten. Ook werd het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd, mede omdat MTS pas maanden na de vermeende kentering in april 2010 dagvaarde.
Verder werd het betoog van MTS dat Vopak misbruik van bevoegdheid maakte niet gevolgd, omdat geen bewijs werd geleverd dat Vopak de toegang weigerde om andere dan veiligheidsoverwegingen. De ISPS-code rechtvaardigt het beleid van Vopak om alleen personen toe te laten die toestemming van de kapitein hebben, om onbevoegden buiten te houden.
De voorzieningenrechter wees de vordering af en veroordeelde MTS in de proceskosten van Vopak. Dit vonnis werd op 20 januari 2011 uitgesproken door voorzieningenrechter P. de Bruin.
Uitkomst: De vordering van MTS tot toegang tot het haventerrein wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en het ontbreken van stelselmatige weigering.