ECLI:NL:RBROT:2011:BP3426
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen kapvergunning voor 175 bomen aan Achterdijk Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie om een kapvergunning te verlenen voor het kappen van 175 bomen aan de kade van de Achterdijk te Rotterdam. De vergunning is verleend aan het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de vergunninghouder, die onderhoudswerkzaamheden moet uitvoeren in het kader van een 10-jarenophoogprogramma om de waterkering te versterken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 4.4.4, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de vergunninghouder verplicht is een kapvergunning te verkrijgen indien dit noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke zorgplicht. Omdat de vergunninghouder deze zorgplicht moet waarborgen en de bomenkap noodzakelijk is voor het ophogen van de dijk, is de vergunningplicht gegeven en bestaat geen discretionaire bevoegdheid voor het bestuursorgaan om de vergunning te weigeren.
Daarmee is geen ruimte voor een belangenafweging en kunnen de door verzoeker aangevoerde bezwaren niet worden meegewogen. De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor 175 bomen wordt afgewezen.