ECLI:NL:RBROT:2011:BP3518
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen stichtingen tot medewerking aan verkrijgen GEZ-gelden wegens ontbreken deugdelijke grondslag
De stichtingen Stichting Sprong, Stichting Eerstelijns Samenwerkingsverband Oude Westen en Cool (GCOW) en Stichting Gezondheidscentrum Mathenesserlaan 309 (GCML) vorderden in kort geding dat de beroepsbeoefenaren binnen hun samenwerkingsverbanden zouden worden verplicht tot medewerking aan het verkrijgen van GEZ-gelden. Dit betrof onder meer het aanleveren van PIG-indicatoren en het nakomen van samenwerkingsovereenkomsten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de stichtingen onvoldoende concreet hadden gesteld welke rechten en verplichtingen nog bestonden uit de oude statuten en samenwerkingsovereenkomsten, mede door de grote wijzigingen in de financiering van de eerstelijnsgezondheidszorg sinds 2007. Er was geen deugdelijke grondslag voor de gevorderde verplichtingen en de stichtingen konden onvoldoende aantonen dat zij spoedeisend belang hadden, bijvoorbeeld door een concreet dreigend faillissement.
Daarnaast was onduidelijkheid over de positie van Achmea en de voorwaarden voor het verkrijgen van GEZ-gelden, waarbij niet aan alle basisvoorwaarden werd voldaan en toetredingsovereenkomsten niet waren gesloten. De vorderingen tegen fysiotherapeuten werden afgewezen omdat zij niet verantwoordelijk waren voor de gevraagde gegevens.
De voorzieningenrechter verklaarde de stichtingen niet ontvankelijk voor bepaalde vorderingen, wees de overige vorderingen af en veroordeelde hen in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de stichtingen af wegens het ontbreken van een deugdelijke grondslag en onvoldoende spoedeisend belang.