ECLI:NL:RBROT:2011:BP3625
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanwijzing DNB tot afbouw goudbelegging pensioenfonds
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening van een pensioenfonds tegen een aanwijzing van De Nederlandsche Bank (DNB) om haar goudbelegging terug te brengen tot 1-3% van de portefeuille. DNB stelde dat het fonds een bovenmatige afhankelijkheid heeft van goud, wat een concentratierisico oplevert in strijd met het prudent person-beleggingsbeleid zoals neergelegd in de Pensioenwet en het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (Besluit FTK).
Het pensioenfonds betoogde dat goud niet als grondstof maar als ruilmiddel moet worden gezien en dat de belegging in goud juist een prudent beleid weerspiegelt gezien de volatiliteit van aandelenmarkten. Het fonds verwees naar een ALM-studie en een dekkingsgraad boven het vereiste minimum als onderbouwing. DNB stelde dat een belegging van 13% in één grondstof significant afwijkt van het gemiddelde van 2,7% en dat dit een reëel risico vormt voor de stabiliteit van het fonds.
De voorzieningenrechter oordeelde dat DNB voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een bovenmatige concentratie in goud die het prudent person-beleggingsbeleid schendt. De motivering van DNB is wel summier, maar voldoende voor een voorlopige beoordeling. Het verzoek om schorsing van de aanwijzing wordt afgewezen omdat het fonds binnen een redelijke termijn wordt verplicht de goudpositie af te bouwen en DNB eerst overleg heeft gezocht. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 8 februari 2011 en is onherroepelijk. Het besluit van DNB blijft daarmee voorlopig van kracht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanwijzing van DNB tot afbouw van de goudbelegging wordt afgewezen.