ECLI:NL:RBROT:2011:BP5712
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergunning vereist voor concentratie AMC en VZA wegens onvoldoende mededingingsbelemmering
Het Academisch Medisch Centrum (AMC) wilde de VZA Groep B.V. (VZA), een ambulancezorgverlener, overnemen. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) besloot dat voor deze concentratie geen vergunning vereist was. Eiseressen, twee ziekenhuizen, stelden dat deze concentratie de concurrentie op de markt voor ziekenhuiszorg zou belemmeren en voerden aan dat de marktafbakening en de beoordeling van de mededinging onjuist waren.
De rechtbank toetste het besluit van de NMa aan het Europese mededingingsrecht en de Nederlandse Mededingingswet. De NMa had onderzocht of AMC en VZA de mogelijkheid en prikkel hadden om patiëntenstromen naar concurrerende ziekenhuizen te beïnvloeden en of dit de concurrentiepositie van andere ziekenhuizen zou schaden. De rechtbank vond dat de NMa terecht de Richtsnoeren van de Europese Commissie had toegepast en dat de analyse zorgvuldig en goed gemotiveerd was.
De rechtbank stelde vast dat AMC en VZA weliswaar aanzienlijke marktmacht hebben, maar dat de mogelijkheid tot sturing van patiëntenstromen zeer beperkt is door het strenge regelgevend kader en professionele protocollen. Ook was de prikkel tot sturing gering vanwege beperkte capaciteiten en risico's zoals reputatieschade. De mogelijke negatieve effecten op concurrentie en patiënten waren daarom minimaal.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiseressen over een engere marktafbakening en het onderscheid naar specialismen, omdat deze niet tot een andere beoordeling leidden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat voor de concentratie tussen AMC en VZA geen vergunning is vereist.