ECLI:NL:RBROT:2011:BP6088
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering wettelijke rente over schadevergoeding na onherroepelijk vonnis
Ouwe Gouwe vordert wettelijke rente over een schadevergoeding van €602.139,99 die zij op grond van een onherroepelijk vonnis van 28 juli 2004 toekwam. Duinpark c.s. betwist de rentevordering omdat de rechtbank destijds de rentevergoeding had afgewezen en Ouwe Gouwe geen hoger beroep had ingesteld tegen die afwijzing.
De rechtbank stelt vast dat de afwijzing van de rentevergoeding in het vonnis van 2004 niet inhoudelijk is gemotiveerd en dat sprake is van een omissie. Hierdoor is er geen onherroepelijke afwijzing van de rentevordering en staat het Ouwe Gouwe vrij de rente alsnog te vorderen.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 10 april 2009, JBPr 2009, 25) dat een uitspraak aangevuld kan worden als de rechter een deel van de vordering over het hoofd heeft gezien. De wettelijke rente is daarom verschuldigd vanaf 28 juli 2004 tot de betaling op 1 april 2010, een bedrag van €184.991,12.
De gevorderde rente na 1 april 2010 wordt afgewezen omdat het bedrag toen is voldaan. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt gepasseerd omdat deze niet is gevorderd in het petitum. Duinpark c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Duinpark c.s. is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over €602.139,99 vanaf 28 juli 2004 tot 1 april 2010, een bedrag van €184.991,12.