ECLI:NL:RBROT:2011:BP6551
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Scheffers
- Visser
- Rutten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens te late daad van bekendheid met verstekvonnis
In deze civiele zaak stond de ontvankelijkheid van het verzet centraal, waarbij de vraag was of opposant tijdig een daad van bekendheid met het verstekvonnis van 25 oktober 2001 had gesteld. Opposant betoogde dat hij niet op de hoogte was van het vonnis toen de deurwaarder op 15 juli 2008 een brief stuurde, maar de rechtbank concludeerde dat uit deze brief een daad van bekendheid kon worden afgeleid.
De rechtbank overwoog dat opposant bekend was met de vernietiging van het kantonvonnis en dat hij daardoor ook bekend was met de hoofdinhoud van het verstekvonnis, ondanks dat hij de exacte datum niet kende. Van opposant mocht worden verwacht dat hij nadere informatie zou inwinnen, wat hij niet heeft gedaan, waardoor het risico van onbekendheid voor zijn rekening komt.
Omdat het verzet niet binnen 14 dagen na de daad van bekendheid was ingesteld, maar pas op 12 augustus 2008, verklaarde de rechtbank opposant niet-ontvankelijk. Tevens werd opposant veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure, begroot op € 384,-.
Uitkomst: Opposant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet wegens te late daad van bekendheid met het verstekvonnis.