ECLI:NL:RBROT:2011:BP6553
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over erfgrens en verkrijgende verjaring van perceelstrook tussen woningen
Eisers zijn sinds 1972 eigenaar van een woning aan een adres te een woonplaats, naast een woning van gedaagden. Er bestaat een geschil over de erfgrens tussen de percelen. Volgens kadastrale gegevens ligt de erfgrens circa 2,30 meter van de zijgevel van de woning van gedaagden, maar eisers stellen dat de werkelijke erfgrens op 1,20 meter ligt en dat zij eigenaar zijn geworden van het stuk grond tussen de woningen door verkrijgende verjaring.
Eisers baseren hun vordering op het feit dat er bij de eigendomsverkrijging in 1972 een hek stond op de betwiste strook grond, dat zij deze strook gedurende twintig jaar in bezit hebben gehad en zich als eigenaar hebben gedragen. Gedaagden betwisten dit en wijzen op de kadastrale gegevens en het ontbreken van goede trouw bij eisers.
De rechtbank overweegt dat bezit vereist is voor verkrijgende verjaring en dat dit bezit openbaar en ondubbelzinnig moet zijn. De aanwezigheid van het hek in 1972 en het feit dat de bewoners van gedaagden het stuk grond niet gebruikten, duidt op bezit door eisers. Bezitsverlies is niet vastgesteld. De rechtbank staat toe dat eisers bewijs leveren dat het hek daadwerkelijk aanwezig was bij de eigendomsverkrijging. Indien dit bewijs slaagt, zal de vordering worden toegewezen.
De rechtbank bepaalt dat getuigen gehoord kunnen worden en regelt de procedure voor het indienen van getuigenlijsten en het plannen van verhoren. Alle overige beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Eisers worden toegelaten tot bewijslevering over het hek bij eigendomsverkrijging, verdere beslissing wordt aangehouden.