ECLI:NL:RBROT:2011:BP6871
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- W.J.J. Wetzels
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter na opmerkingen over waarheid van verdachte
Op 18 januari 2011 stond de minderjarige verzoeker terecht voor de kinderrechter in verband met een vechtpartij bij een café. Tijdens de zitting maakte de rechter de opmerking dat verzoeker zou hebben gelogen over het feit dat hij regelmatig in het betreffende café kwam, terwijl hij volgens het politieverhoor aangaf dat hij meestal naar een ander café ging.
Verzoeker diende daarop een wrakingsverzoek in tegen de rechter wegens vermeende vooringenomenheid. De rechtbank heeft het dossier en de zittingstukken bestudeerd en concludeert dat de opmerking van de rechter geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor partijdigheid. De rechter heeft de opmerking gemaakt in het kader van het bespreken van de feiten en het gedrag van verzoeker, passend bij een jeugdstrafzitting.
De rechtbank overweegt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden. De enkele constatering dat verzoeker niet de waarheid sprak, mogelijk bij vergissing, is onvoldoende om de onafhankelijkheid van de rechter in twijfel te trekken.
Verder is vastgesteld dat verzoeker en zijn advocaat alle gelegenheid hebben gehad om hun standpunten naar voren te brengen en dat de rechter open stond voor discussie. Gezien het pedagogisch belang en de aard van de zitting is een directe formulering van de rechter passend.
Daarom wijst de rechtbank het wrakingsverzoek af en bevestigt zij de onpartijdigheid van de kinderrechter.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.