ECLI:NL:RBROT:2011:BP7072
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J.A.M. Cooijmans
- H.W. Vogels
- Th. Veling
- Rechtspraak.nl
Interpretatie en beëindiging overeenkomst Garantiefonds 1993 tussen Allianz en Fortis
Allianz en Fortis sloten op 1 december 1993 een overeenkomst over het Garantiefonds 1993, waarbij Fortis administratieve diensten zou verrichten en garantierente zou vergoeden over stortingen tot bepaalde maxima. Allianz vorderde nakoming van de overeenkomst en betaling van garantierente over alle inleg, inclusief doorlopende premies boven de maxima, en stelde dat de overeenkomst niet opzegbaar was.
De rechtbank oordeelde dat artikel 5 van Pro de overeenkomst taalkundig en inhoudelijk beperkt is tot garantierente over eenmalige stortingen en doorlopende premies tot de genoemde maxima, en niet over hogere bedragen. De opzegging door Fortis per 1 januari 2008 werd als rechtsgeldig beoordeeld, mede gezien de lange looptijd en redelijkheid.
Verder werd vastgesteld dat Fortis onverschuldigde rentebetalingen had gedaan over bedragen boven de maxima vanaf 8 november 2006 tot 1 januari 2008, waarvoor Allianz tot terugbetaling wordt veroordeeld. Rechtsverwerking werd aangenomen voor eerdere perioden, waardoor terugvordering niet mogelijk is.
De primaire en subsidiaire vorderingen van Allianz werden afgewezen, en Allianz werd veroordeeld in de proceskosten. Fortis kreeg deels gelijk in haar reconventionele vordering tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen, maar droeg haar eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Allianz af en oordeelt dat Fortis de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd per 1 januari 2008.