ECLI:NL:RBROT:2011:BP7356
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Eiseres ontving bijstand vanaf 1999 en bijzondere bijstand tussen 2005 en 2008. Verweerder trok de bijstand met terugwerkende kracht in over de periode 1 april 2005 tot en met 31 januari 2010 en vorderde terugbetaling wegens het niet-woonachtig zijn op het opgegeven adres. Dit werd gebaseerd op een laag water- en energieverbruik, verklaringen van de huismeester en een medebewoner, en meldingen van omwonenden.
Eiseres voerde aan dat zij wel haar hoofdverblijf had in de woning, maar minder verbleef vanwege veiligheidsredenen en een inbraak in 2002. De rechtbank oordeelde dat het extreem lage verbruik en de verklaringen voldoende bewijs vormden dat eiseres niet woonde op het adres. Haar verklaringen waren onvoldoende om dit te weerleggen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres haar inlichtingenplicht schond door onjuiste informatie te verstrekken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Verweerder handelde binnen zijn bevoegdheid om de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-woonachtig zijn op het opgegeven adres wordt ongegrond verklaard.