ECLI:NL:RBROT:2011:BP7407
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van collectieve acties tegen aanbesteding openbaar vervoer in Rotterdam en Haaglanden
De zaak betreft een kort geding tussen de publiekrechtelijke rechtspersonen Stadsregio Rotterdam en Stadsgewest Haaglanden enerzijds en verschillende vakbonden anderzijds. De eisers vorderden een verbod op aangekondigde collectieve acties tegen de geplande aanbesteding van het openbaar vervoer, omdat zij deze acties onrechtmatig achten.
De vakbonden hadden aangekondigd op 14, 15 en 16 februari 2011 acties te voeren die het openbaar vervoer in de regio's Rotterdam en Haaglanden aanzienlijk zouden beperken. De eisers stelden dat het hier om een zuiver politieke staking ging die buiten de reikwijdte van artikel 6 lid 4 van Pro het Europees Sociaal Handvest valt en dat de acties disproportioneel en prematuur waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de acties onder het bereik van artikel 6 lid 4 ESH Pro vallen omdat zij direct samenhangen met de arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid die onderwerp zijn van collectieve onderhandelingen. De acties waren tijdig en deugdelijk aangekondigd en er waren voldoende maatregelen getroffen om de openbare orde te waarborgen. De hinder voor reizigers was weliswaar aanzienlijk, maar niet disproportioneel gezien de beperkte duur en omvang van de acties.
De vorderingen van de eisers werden daarom afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt het recht van vakbonden om collectieve acties te voeren binnen de grenzen van het ESH en de Nederlandse wetgeving.
Uitkomst: De voorzieningenrechter oordeelt dat de aangekondigde collectieve acties rechtmatig zijn en wijst de vorderingen van Stadsregio Rotterdam en Stadsgewest Haaglanden af.