ECLI:NL:RBROT:2011:BP7721
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering DNB herstelplannen pensioenfonds
Het pensioenfonds heeft bezwaar gemaakt tegen drie besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) waarin DNB niet instemde met de ingediende korte- en langetermijnherstelplannen en het verzoek om verlenging van de hersteltermijn afwees. Tevens gaf DNB een aanwijzing om binnen drie weken nieuwe herstelplannen in te dienen.
De kern van het geschil betreft de vraag of twee achtergestelde leningen van de gelieerde onderneming SdB als eigen vermogen van het pensioenfonds mogen worden aangemerkt. DNB oordeelt van niet vanwege de wijze waarop deze leningen zijn vormgegeven, waardoor het pensioenfonds niet voldoet aan de vereisten van de Pensioenwet.
De voorzieningenrechter oordeelt dat DNB terecht de instemming aan de herstelplannen heeft onthouden en dat het pensioenfonds voldoende tijd heeft gekregen om aan de aanwijzing te voldoen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het pensioenfonds niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bestreden besluiten onrechtmatig zijn of dat er sprake is van onverwijlde spoed.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het pensioenfonds, gezien de gelieerdheid met SdB, serieuze pogingen moet doen om tot overeenstemming te komen en dat de derde optie van de aanwijzing, vermindering van pensioenaanspraken, binnen de macht van het pensioenfonds ligt. Er is geen aanleiding om een extra termijn toe te kennen. De uitspraak is in het openbaar gedaan en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het pensioenfonds moet binnen de gestelde termijn nieuwe herstelplannen indienen conform de aanwijzing van DNB.