ECLI:NL:RBROT:2011:BP8824
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deelgeschil over causaal verband en omvang schade na ongeval met hond
Op 5 april 2006 raakte verzoekster betrokken bij een ongeval waarbij zij ten val kwam doordat de hond van verweerder sub 1 tegen haar aansprong. Dit leidde tot breuken aan haar rechterenkel en rechterknie met blijvende beperkingen. Verzoekster vordert een aanvullende schadevergoeding van €8.500 voor aanpassing van haar badkamer en huishoudelijke hulp. Verweerder sub 1 en Aegon betwisten dit en stellen dat reeds €17.143 is betaald, wat ruimschoots de schade dekt gezien de pre-existente klachten van verzoekster.
De rechtbank oordeelt dat de onjuiste tenaamstelling in het verzoekschrift als vergissing kan worden hersteld omdat verweerder sub 1 niet in zijn verdediging is geschaad. De kern van het geschil betreft de omvang van de schadevergoeding. De rechtbank stelt dat de pre-existente klachten van verzoekster meewegen bij de beoordeling van het causaal verband en de omvang van de schade. Aegon heeft de schade eenzijdig afgewikkeld met een slotbetaling, maar dit betekent niet dat zij onverschuldigd betaalde bedragen kan terugvorderen.
Verzoekster heeft onvoldoende bewijs geleverd voor de noodzaak en omvang van de huishoudelijke hulp en aanpassing van de badkamer. De rechtbank acht de reeds betaalde bedragen, waaronder smartengeld van €10.000, hoger dan redelijk zou zijn toegekend. De vorderingen van verzoekster en het tegenverzoek van verweerders worden afgewezen. De kosten van de procedure worden begroot op €3.024,67 en komen voor rekening van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvullende schadevergoeding en het tegenverzoek tot terugbetaling worden afgewezen.