ECLI:NL:RBROT:2011:BP8957
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorschrift vergunning windturbinepark Breeveertien II wegens onvoldoende bescherming mijnbouwbelangen
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Dana Petroleum Netherlands B.V. tegen de verlening van een Wbr-vergunning voor het windturbinepark Breeveertien II. De vergunning werd verleend door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, thans Infrastructuur en Milieu, en betreft het oprichten, in stand houden en verwijderen van maximaal 97 windturbines in blok P8 van de Noordzee.
Eiseres betoogde dat de vergunning onvoldoende rekening houdt met haar mijnbouwbelangen in blok P8c, waar zij een opsporings- en winningsvergunning voor koolwaterstoffen bezit. De rechtbank concludeerde dat hoewel de aanwezigheid van het windpark winningsactiviteiten kan bemoeilijken, deze niet onmogelijk worden gemaakt. Technisch zijn alternatieven zoals schuine boringen en onbemande platforms mogelijk.
De rechtbank oordeelde echter dat het bestaande voorschrift 9, vierde lid, onvoldoende waarborgt dat de vergunninghouder rekening houdt met mijnbouwvergunninghouders gedurende alle fasen van het windpark. Daarom werd dit voorschrift vernietigd en verving de rechtbank het door een nieuw voorschrift dat expliciet verplicht tot het voorkomen van schade aan mijnbouwbelangen in bouw-, operationele- en afbouwfase.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk, wees het toe voor zover het voorschrift betreft, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het voorzorgsbeginsel en het beginsel van meervoudig ruimtegebruik werden in de belangenafweging betrokken, waarbij het belang van doelmatig gebruik van de Noordzee centraal stond.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het vierde lid van voorschrift 9 vernietigd en vervangen door een nieuw voorschrift dat mijnbouwbelangen beter beschermt.