ECLI:NL:RBROT:2011:BP9501
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- O.E.M. Leinarts
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek voorzieningenrechter in kort geding
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter die een kort geding behandelde. Verzoeker stelde dat de voorzieningenrechter vooringenomen was omdat diens beslissing om een verzoek tot aanhouding te weigeren onredelijk was en het recht op een eerlijke behandeling en wederhoor schond.
De voorzieningenrechter had het verzoek tot aanhouding afgewezen omdat de datum van de zitting in overleg met partijen was vastgesteld en de familieomstandigheden onvoldoende concreet waren gemotiveerd. Verzoeker was niet in persoon verschenen op de zitting, wat nadelige gevolgen voor hem had.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat een processuele beslissing zoals de afwijzing van een aanhoudingsverzoek in beginsel geen grond voor wraking vormt. De beslissing van de voorzieningenrechter was niet onbegrijpelijk en gaf geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam op 30 maart 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.