ECLI:NL:RBROT:2011:BP9705
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering vereffenaar op betaling beloning en voorschot afgewezen behalve vergoeding gemaakte kosten
De vereffenaar van de Stichting Pensioenfonds vorderde op grond van artikel 2:23c BW betaling van een voorschot op zijn beloning en vergoeding van reeds gemaakte kosten. De rechtbank oordeelde dat de vereffenaar in beginsel recht heeft op beloning, maar dat er geen wettelijke grond is voor voorschotten, vergelijkbaar met de situatie van curatoren in faillissementen. Daarom werd het gevorderde voorschot afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat de kosten van de vereffenaar een boedelschuld vormen van de Stichting Pensioenfonds, die in liquidatie is. Hoewel de boedel leeg is, betekent dit niet dat betaling aan de vereffenaar kan worden geweigerd. Voor de reeds gemaakte kosten kende de rechtbank een vergoeding toe van €35.000, gebaseerd op een urenspecificatie van circa 190 uren en het gemiddelde uurtarief volgens de recofarichtlijnen.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en compenseerde de proceskosten tussen partijen. Tevens werd benadrukt dat de vereffenaar met terughoudendheid moet optreden en dat de uiteindelijke verdeling van kosten en overschotten nog definitief zal worden vastgesteld in de bodemprocedure.
Uitkomst: Maersk Holding moet €35.000 betalen aan de vereffenaar voor gemaakte kosten, het gevorderde voorschot wordt afgewezen.