ECLI:NL:RBROT:2011:BP9788
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg afwijkend geschillenbeding in turnkey-overeenkomsten met toepassing UAV 1989
In deze zaak staat de uitleg van een afwijkend geschillenbeding in twee turnkey-overeenkomsten centraal, waarbij de UAV 1989 van toepassing is. Partijen, Panagro Vastgoedontwikkeling B.V. en Stichting Maasdelta Groep, zijn het oneens over de vraag of arbitrage of de gewone rechter bevoegd is om geschillen te beslechten.
De turnkey-overeenkomsten bevatten bepalingen die afwijken van het standaard arbitragebeding in paragraaf 49 van de UAV. De rechtbank stelt vast dat de bewoordingen 'in afwijking van' duiden op een volledige vervanging van het arbitragebeding. De samenwerkingsovereenkomst van 21 april 2004, waarnaar expliciet wordt verwezen, regelt dat mediation via het Nederlands Arbitrage Instituut kan worden ingezet, maar dat de rechtbank te Rotterdam uiteindelijk bevoegd is.
Maasdelta heeft onvoldoende concreet gesteld wat de bedoeling van partijen was om af te wijken van de normale betekenis van het beding. Panagro heeft daarentegen een consistente uitleg gegeven die aansluit bij de tekst en context van de overeenkomsten.
De rechtbank concludeert dat partijen een afwijkende regeling zijn overeengekomen waarbij mediation mogelijk is, maar de rechtbank als bevoegde instantie blijft. De vordering van Maasdelta wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Maasdelta af en bevestigt dat de rechtbank te Rotterdam bevoegd is als uiteindelijke geschilbeslechter.