ECLI:NL:RBROT:2011:BQ0395
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel bestuursdwangkosten door rechtsopvolger panden
De zaak betreft een verzetprocedure van De Watergeus tegen een dwangbevel van de Gemeente Rotterdam voor bestuursdwangkosten verbonden aan werkzaamheden aan panden aan de Watergeusstraat 41 te Rotterdam. De kosten zijn oorspronkelijk opgelegd aan Eljawa Beheer B.V., de voormalige eigenaar, die in staat van faillissement is verklaard. De panden zijn later openbaar verkocht en geleverd aan De Watergeus, die als rechtsopvolger door de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor de bestuursdwangkosten.
De rechtbank oordeelt dat het verzet tijdig en ontvankelijk is ingesteld en dat de bestuursdwangkosten op grond van de oude Awb en Woningwet ook op de rechtsopvolger kunnen worden verhaald. De Watergeus mocht niet afgaan op het ontbreken van de aanschrijving in het kadaster-on-line en was bekend met de aanschrijving bij de openbare verkoop. De kosten van de bestuursdwang worden getoetst aan redelijkheid en marktconformiteit, waarbij een deskundigenrapport van Archius aangeeft dat de kosten niet onredelijk zijn.
De rechtbank stelt de hoofdsom van de bestuursdwangkosten vast op € 120.757,22, inclusief BTW over de aannemerskosten maar exclusief BTW over beheerskosten, die onterecht werd berekend. De beheerskosten worden vastgesteld op € 4.500,00. Invorderingskosten worden forfaitair vastgesteld op € 3.381,98. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 9 december 2009, zijnde 14 dagen na de aanmaningsbrief van 24 november 2009. Het dwangbevel wordt buiten effect gesteld voor zover meer wordt gevorderd dan deze bedragen en rente. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het dwangbevel wordt buiten effect gesteld voor zover meer wordt gevorderd dan redelijke bestuursdwangkosten en wettelijke rente vanaf 9 december 2009.