ECLI:NL:RBROT:2011:BQ1679
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rapportage neuroloog als bindend uitgangspunt voor schaderegeling na arbeidsongeval
Verzoeker, een zelfstandig ondernemer, liep op 29 juli 2008 een arbeidsongeval bij verweerster sub 1 waarbij een zware metalen schijf op zijn rechter bovenbeen viel. Na erkenning van aansprakelijkheid door verweerster sub 1 en betaling van voorschotten door haar verzekeraar, ontstond een geschil over de medische causaliteit en de waardering van de schade.
Een gezamenlijk benoemde neuroloog, prof. dr. D, stelde in rapporten van maart en september 2010 vast dat sprake was van een contusie met pijnsyndroom en functiebeperking van de m. sartorius, direct gevolg van het ongeval. De medisch adviseur van verweerster sub 1, de heer B, betwistte dit en stelde dat aanvullend MRI-onderzoek nodig was en dat een orthopedisch chirurg als deskundige moest worden benoemd.
De rechtbank oordeelt dat de rapporten van prof. dr. D zorgvuldig tot stand zijn gekomen, voldoen aan de eisen voor een voorlopig deskundigenonderzoek en dat er onvoldoende zwaarwegende bezwaren zijn tegen de inhoud. Het tegenverzoek tot benoeming van een orthopedisch chirurg wordt afgewezen. Tevens wordt een redelijke kostenbegroting vastgesteld voor de behandeling van het verzoek.
De beschikking bevordert de voortgang van de buitengerechtelijke schaderegeling door duidelijkheid te scheppen over het bindende karakter van het deskundigenrapport, waardoor partijen verder kunnen onderhandelen.
Uitkomst: De rapporten van prof. dr. D worden als bindend uitgangspunt voor de schaderegeling vastgesteld en het tegenverzoek tot benoeming van een orthopedisch chirurg wordt afgewezen.