ECLI:NL:RBROT:2011:BQ2014
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- O.E.M. Leinarts
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken van gegronde partijdigheidsvrees
In deze strafzaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die belast was met het horen van getuigen. Het verzoek betrof onder meer het beletten van beantwoording van een vraag tijdens een getuigenverhoor en opmerkingen over het optreden van de raadsvrouwe van verzoeker.
De rechtbank heeft het verzoek deels niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van klachten over bepaalde getuigenverhoren. Voor het overige heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. De rechter-commissaris heeft toegelicht dat het beletten van een vraag een procesbeslissing is die niet zonder meer wraking rechtvaardigt, en dat verschillen in behandeling van vragen tussen getuigen verklaarbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een zodanige onbegrijpelijke beslissing of gedraging die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid oplevert. Hoewel er enige irritatie was tussen de rechter-commissaris en de raadsvrouwe, leidde dit niet tot de schijn van partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen wegens ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.