ECLI:NL:RBROT:2011:BQ2122
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- M. Schoneveld
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging boete wegens onvoldoende bewijs toegang tot eindgebruikersgegevens
De zaak betreft een boete opgelegd door de OPTA aan eiser wegens vermeende overtredingen van artikel 4.1 van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Bude). De boete werd aanvankelijk vastgesteld op €88.000 en later verlaagd naar €66.000. De overtredingen zouden bestaan uit het zonder duidelijke informatie en weigermogelijkheid plaatsen van software op computers van eindgebruikers en het verkrijgen van toegang tot gegevens in de randapparatuur.
De rechtbank heeft het onderzoek van de OPTA en de verklaringen van eiser en getuigen beoordeeld. Uit het bewijs, waaronder e-mailcorrespondentie en verklaringen, blijkt dat eiser weliswaar middelen en personalia ter beschikking stelde en op de hoogte was van de activiteiten, maar dat niet is komen vast te staan dat hij de wens had om toegang te verkrijgen tot of gegevens op te slaan in de randapparatuur van eindgebruikers. Eiser verklaarde weinig technische kennis te hebben en dacht dat 'installs' betrekking hadden op het tonen van reclamebanners.
Gezien het ontbreken van bewijs dat eiser bewust en willens handelde in strijd met artikel 4.1 Bude, verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept de boete. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete wegens onvoldoende bewijs dat eiser de wens had toegang te verkrijgen tot gegevens van eindgebruikers.