ECLI:NL:RBROT:2011:BQ2966
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Vrolijk
- J.H. de Wildt
- M.K. Bulterman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen spoedbestuursdwang wegens defecte spoorwissel
Eiseres maakte bezwaar tegen de toepassing van spoedbestuursdwang door de minister van Infrastructuur en Milieu vanwege een defecte spoorwissel die een gevaarlijke situatie zou opleveren. Het bestuursdwangbesluit hield in dat het plaatselijke treinverkeer werd stilgelegd totdat de wissel was hersteld.
Eiseres betwistte de overtreding en voerde aan dat er geen gevaarzetting was, dat de overtreding onvoldoende was onderbouwd, en dat de spoedbestuursdwang niet rechtmatig was toegepast. Tevens stelde zij dat er geen spoedeisende situatie was die bestuursdwang rechtvaardigde. Tijdens de zitting gaf eiseres aan geen materiële schade te hebben geleden, maar wel belang te hebben bij vernietiging vanwege reputatieschade en mogelijke toekomstige gevolgen voor vergunningen en concessies.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang had omdat zij geen materiële schade had geleden en de mogelijke toekomstige schade te ver verwijderd was van het bestuursdwangbesluit. Ook kon het beroep niet leiden tot meer duidelijkheid over de verhouding tussen eiseres en verweerder. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het vonnis is gewezen door de rechtbank Rotterdam op 28 april 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen het spoedbestuursdwangbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.