ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3091
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- H. van Lokven-van der Meer
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens gebrek aan objectieve vooringenomenheid
Op 24 februari 2011 vond een zitting plaats in een strafzaak waarbij de raadsman van de verdachte een wrakingsverzoek tegen de kinderrechter indiende. De aanleiding was een opmerking van de rechter, "Dat geloof ik niet", gericht op de verklaring van de verdachte over loshangende kabels onder het stuur van een auto. De raadsman stelde dat deze opmerking en het proces-verbaal niet objectief waren en duidden op vooringenomenheid.
De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd en de betrokkenen gehoord, waaronder de verdachte, zijn raadsman, de officier van justitie en een getuige. De rechter heeft schriftelijk gereageerd en toegelicht dat de opmerking bedoeld was als inleiding op een nadere toelichting die door onderbreking niet kon plaatsvinden.
De kamer oordeelde dat de rechter uit hoofde van haar functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat de enkele uiting "Dat geloof ik niet" geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor partijdigheid. Ook de beschuldiging dat het proces-verbaal onwaar zou zijn, werd niet ondersteund door verklaringen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bevestigd dat het handelen van de rechter geen aanleiding gaf tot twijfel aan haar onpartijdigheid.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter is afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.