ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3242
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gemiddelde wegingsfactor en proceskostenvergoeding in WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke procedure betrof het geschil de vaststelling van de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding in een bezwaar- en beroepsprocedure tegen de WOZ-waarde van een woning.
Eiser stelde dat de zaak als gemiddeld moest worden aangemerkt en dus wegingsfactor 1 diende te worden gehanteerd. Verweerder, de gemeente, stelde dat een lagere wegingsfactor van 0,5 (licht) passend was vanwege de beperkte complexiteit van het bezwaarschrift.
De rechtbank oordeelde dat de zaak inderdaad als gemiddeld moest worden beschouwd, omdat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een afwijking van wegingsfactor 1 gerechtvaardigd was. De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten van eiser in zowel de bezwaarfase als de beroepsfase, inclusief het griffierecht.
De uitspraak benadrukt het uitgangspunt dat zaken gemiddeld worden gewaardeerd tenzij er duidelijke redenen zijn om daarvan af te wijken, en dat de kostenvergoeding wordt vastgesteld aan de hand van de wegingsfactor en de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten aan eiser op basis van wegingsfactor 1.