ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3611
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning woonzorgcomplex
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het projectbesluit en de bouwvergunning voor de realisering van een woonzorgcomplex op een perceel nabij hun eigendom. Zij vreesden dat de bedrijfsvoering van aannemingsbedrijf AVK, gevestigd op hun grond, zou worden beperkt door geluidshinder en klachten van toekomstige bewoners.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers als eigenaren van de grond wel belanghebbenden zijn, maar dat de aangevoerde gronden vooral de belangen van AVK betreffen, waarmee verzoekers geen juridische band hebben. Hierdoor ontbreekt het aan een eigen belang dat tot vernietiging van het besluit kan leiden.
Gezien het spoedeisend belang van de vergunninghouder om met de bouw te starten en het ontbreken van een eigen belang bij verzoekers, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en deed hij direct uitspraak in de hoofdzaak. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam op 22 april 2011, waarbij tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van verzoekers wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.