ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4141
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijdering sloten en borden retentierecht bouwplaats na faillissement hoofdaannemer
In deze zaak vordert Inntel, eigenaar van een bouwplaats, dat de onderaannemer [gedaagde] de door haar aangebrachte sloten en borden verwijdert waarmee zij een retentierecht uitoefent. [gedaagde] had facturen aan de hoofdaannemer gestuurd die onbetaald bleven, waaronder een betwiste meerwerkfactuur. Vlak voor het faillissement van de hoofdaannemer riep [gedaagde] een pretense retentierecht in en verving zij de sloten op de bouwplaats.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een retentierecht alleen kan ontstaan indien de schuldeiser de feitelijke macht over de zaak op rechtmatige wijze verkrijgt. Uit de feiten blijkt dat de sloten door de hoofdaannemer waren geplaatst en [gedaagde] slechts een sleutel had. Het vervangen van sloten en het ophangen van borden door [gedaagde] was eigenmachtig en had als doel anderen buiten te sluiten, wat onrechtmatig is.
De rechtbank stelt vast dat Inntel als derde met een ouder recht het retentierecht in beginsel moet dulden, maar dat het ontbreken van rechtmatige feitelijke macht door [gedaagde] het retentierecht doet ontbreken. Om onomkeerbare financiële gevolgen te voorkomen, wordt Inntel veroordeeld een bankgarantie te stellen. Na het stellen van deze garantie moet [gedaagde] de sloten en borden verwijderen en de bouwplaats aan Inntel overdragen.
De dwangsom voor niet-naleving wordt beperkt tot €25.000 per dag met een maximum van €175.000. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De onderaannemer wordt veroordeeld de sloten en borden te verwijderen na het stellen van een bankgarantie door Inntel.