ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4805
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening toelating volwassenenonderwijs HAVO 5
Eiser heeft zich ingeschreven voor diverse vakken op VMBO- en HAVO-niveau bij het VAVO Rijnmond College, onderdeel van Zadkine. Na afronding van VMBO 4 en deelname aan HAVO 4, verzocht hij toelating tot HAVO 5 en enkele HAVO 4 vakken. Zadkine weigerde de toelating vanwege onvoldoende studieresultaten en inzet in voorgaande jaren, een besluit dat door de interne beroepscommissie werd bevestigd.
Eiser stelde beroep in bij de bestuursrechter, die zich onbevoegd verklaarde. Vervolgens vorderde eiser bij de rechtbank voorlopige toelating tot het onderwijs, stellende spoedeisend belang te hebben om verlies van een schooljaar te voorkomen. Zadkine verweerde zich met het argument dat het studiejaar al was begonnen en toelating halverwege het jaar ongewenst is.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende spoedeisend belang had omdat het studiejaar al was gestart en hij te laat was met zijn verzoek. Ook ontbrak duidelijkheid over het belang van toelating halverwege het jaar. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De rechtbank beval een comparitie van partijen om verdere procedure en mogelijke minnelijke regeling te bespreken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening af wegens gebrek aan spoedeisend belang en bepaalt een comparitie voor verdere behandeling.