ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6878
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Trotman
- Van der Bijl-de Jong
- De Jong
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens langdurige drugshandel en wapenbezit met strafvermindering wegens procesorde schending
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het bezit en de langdurige handel in harddrugs vanuit zijn woning, alsmede voor het bezit van een vuurwapen met bijbehorende munitie. De zaak betrof onder meer cocaïne- en MDMA-handel over een periode van meerdere jaren.
De verdediging voerde aan dat het opsporingsonderzoek onrechtmatig was vanwege stelselmatige observatie zonder bevel en onvolledige en onjuiste proces-verbalen. Tevens werd betoogd dat cruciale informatie over opsporingsmethoden ontbrak, wat zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de observaties beperkt waren tot openbare waarnemingen en dat geen sprake was van stelselmatige observatie in de zin van artikel 126g Sv.
Wel werd vastgesteld dat opsporingsambtenaren onwaarheden hadden verklaard over het gebruik van een observatiepand, wat een schending van de behoorlijke procesorde betekende. Dit leidde tot een strafvermindering van drie maanden. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd en bijzondere voorwaarden waaronder behandeling voor psychische problematiek en middelengebruik.
De rechtbank benadrukte het belang van transparantie in opsporingsonderzoeken en veroordeelde het handelen van de opsporingsambtenaren als onprofessioneel. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van drugshandel en het gevaar van wapenbezit, mede in het licht van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met strafvermindering van 3 maanden wegens schending van de behoorlijke procesorde.