ECLI:NL:RBROT:2011:BQ7658
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- M. Schoneveld
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Ex-werknemer kan geen beroep doen op het zwijgrecht van artikel 53 Mededingingswet
De zaak betreft een ex-werknemer die door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) werd verzocht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de Mededingingswet door zijn voormalige werkgever. Tijdens een gesprek met de NMa beriep de eiser zich op het zwijgrecht van artikel 53 van Pro de Mededingingswet, dat ondernemingen beschermt tegen het afleggen van belastende verklaringen. De NMa wees dit beroep af en stelde een rapport op wegens niet-medewerking.
De rechtbank overweegt dat het zwijgrecht van artikel 53 Mededingingswet Pro alleen toekomt aan personen die namens de onderneming verklaringen afleggen. Een ex-werknemer behoort niet meer tot de onderneming en kan zich daarom niet op dit zwijgrecht beroepen. De rechtbank wijst het verweer van de eiser af dat zijn geheimhoudingsplicht en contractuele verplichtingen hem vrijstellen van medewerking.
De opgelegde boete van € 90.000 wegens overtreding van artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt als niet onevenredig beoordeeld, mede gelet op de ernst van de overtreding en de financiële positie van eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van € 90.000 wegens niet-medewerking.