ECLI:NL:RBROT:2011:BQ8195
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering schadevergoeding wegens contaminatie lading door verjaring CMR
SaMe heeft Huktra aansprakelijk gesteld voor schade veroorzaakt door contaminatie van een zending Solvent Naphtha 100 Light tijdens vervoer van Rotterdam naar Middlesbrough. De eerste zending werd op 10 maart 2009 gecontamineerd geconstateerd. SaMe stelde Huktra aansprakelijk en vorderde € 11.604,- plus buitengerechtelijke kosten.
Huktra verweerde zich met een beroep op verjaring ex artikel 32 lid 1 CMR Pro, stellende dat de verjaringstermijn van één jaar was begonnen op de dag van aflevering, 10 maart 2009. SaMe stelde dat de termijn was geschorst door haar schriftelijke vordering van 11 maart 2009 en dat de verjaring niet was aangevangen door een voorwaardelijke afwijzing van Huktra.
De rechtbank oordeelde dat de e-mail van 11 maart 2009 een schriftelijke vordering vormde die de verjaring schorst. De afwijzing van 12 maart 2009 was onvoorwaardelijk, waardoor de verjaringstermijn weer begon te lopen. Verdere correspondentie kon de verjaring niet stuiten. Omdat SaMe pas op 8 april 2010 dagvaarde, was de vordering verjaard en werd SaMe niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank veroordeelde SaMe in de proceskosten en wees de vordering af wegens verjaring.
Uitkomst: SaMe wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens verjaring van de schadevergoeding.