ECLI:NL:RBROT:2011:BQ9582
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunning horecabedrijf sportvereniging onder voorschriften ter voorkoming oneerlijke mededinging
Verweerder heeft aan de sportvereniging [A] een vergunning verleend voor het uitoefenen van een horecabedrijf onder voorschriften die gericht zijn op het voorkomen van oneerlijke mededinging, conform artikel 4 van Pro de Drank- en Horecawet (DHW).
Eiseres stelde bezwaar tegen het besluit en voerde aan dat de voorschriften, met name de schenktijden, onrechtmatig zijn omdat zij geen koppeling maken tussen de schenktijden en de sportactiviteiten van de vereniging. De rechtbank oordeelde dat het niet vereist is dat de schenktijden gekoppeld zijn aan sportactiviteiten, maar dat deze voorschriften moeten zijn gebaseerd op plaatselijke omstandigheden en ter voorkoming van ongewenste mededinging.
De rechtbank stelde vast dat verweerder zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de lokale situatie en dat de voorschriften binnen de beoordelingsruimte van de DHW vallen. Ook het begrip 'incidentele festiviteiten' is voldoende bepaald en strookt met eerdere jurisprudentie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vergunningverlening met voorschriften wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.