ECLI:NL:RBROT:2011:BR0226
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op uitvoering opzegging lidmaatschap autovereniging wegens verstoorde verhoudingen
Eiser was lid van een autovereniging en werd geconfronteerd met een besluit van het bestuur om zijn lidmaatschap op te zeggen vanwege een ernstig incident waarbij hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan fysiek geweld en bedreiging. De vereniging stelde dat de verhoudingen tussen eiser en een meerderheid van de leden en het bestuur duurzaam verstoord waren, waardoor voortzetting van het lidmaatschap redelijkerwijs niet van de vereniging kon worden verlangd.
Eiser vorderde in kort geding dat de vereniging werd verboden het besluit tot opzegging uit te voeren, onder meer omdat hij stelde dat het besluit niet door het bevoegde bestuur was genomen. De rechtbank stelde vast dat het bestuur bestond uit drie personen die door de algemene ledenvergadering waren benoemd en dat de meerderheid van het bestuur en de leden achter het besluit stonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, ook als er formele gebreken in het besluit zouden zijn, deze door de vereniging hersteld konden worden. Gelet op de ernstige verstoring van de verhoudingen en het feit dat voortzetting van het lidmaatschap onredelijk was, was het belang van eiser onvoldoende voor toewijzing van het verbod. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser om de vereniging te verbieden het besluit tot opzegging van zijn lidmaatschap uit te voeren is afgewezen.