ECLI:NL:RBROT:2011:BR1468
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Asscheman-Versluis
- Van Lieshout
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige hechtenis na terugverwijzing door gerechtshof en toepassing artikel 75 lid 8 Sv
De verdachte was veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor overtredingen van de Opiumwet, maar het gerechtshof te ’s-Gravenhage vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank vanwege procedurele onregelmatigheden. De verdachte verbleef gedurende deze procedure in voorlopige hechtenis.
De raadsman stelde dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was omdat het onderzoek niet binnen de termijn van artikel 282 Sv Pro was aangevangen. De officier van justitie erkende dit maar stelde dat wegens het drukke rooster een termijn van drie maanden gerechtvaardigd was. De rechtbank beoordeelde dat artikel 282 Sv Pro geen regeling bevat voor de geldigheidsduur van voorlopige hechtenis na terugverwijzing.
De rechtbank koos voor een analoge toepassing van artikel 75 lid 8 Sv Pro, waardoor de voorlopige hechtenis nog dertig dagen na terugverwijzing geldig is. Na die termijn was de detentie onrechtmatig. Gezien de ernstige bezwaren, het vluchtgevaar en het maatschappelijke belang, werd de gevangenneming van de verdachte bevolen.
De rechtbank bepaalde dat de verdachte de voorlopige hechtenis zal ondergaan in een Huis van Bewaring, ondanks de eerdere onrechtmatige detentie, omdat de feiten ernstige strafbare feiten betreffen en er gewichtige redenen zijn voor vrijheidsbeneming.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gevangenneming van de verdachte en bepaalt dat hij de voorlopige hechtenis zal ondergaan in een Huis van Bewaring.