ECLI:NL:RBROT:2011:BR1635
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijzigingsvergunning offshore windpark West Rijn en toelating gemeente Den Haag als partij
De zaak betreft het beroep van eiseres tegen een wijzigingsvergunning verleend door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu voor het offshore windturbinepark West Rijn, waarbij het aanlandingspunt van het kabeltracé werd gewijzigd van Hoek van Holland naar Kijkduin. De gemeente Den Haag verzocht om als partij te worden toegelaten, maar dit werd afgewezen omdat zij geen beroep had ingesteld en de Crisis- en herstelwet geen beroep door bestuursorganen toestaat.
De rechtbank oordeelde dat de wijzigingsvergunning geen betrekking heeft op het landtracé en dat de effecten daarvan terecht buiten beschouwing zijn gelaten. Tevens is de termijn voor het indienen van beroep en gronden strikt, waardoor nieuwe gronden die ter zitting werden aangevoerd niet in behandeling werden genomen.
De rechtbank concludeerde dat de wijzigingsvergunning niet in strijd is met de Waterwet, het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, noch dat een aanvullende milieueffectrapportage vereist was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijzigingsvergunning voor het windturbinepark West Rijn wordt ongegrond verklaard en de gemeente Den Haag wordt niet als partij toegelaten.