ECLI:NL:RBROT:2011:BR1640
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verzekeraar tegen verzekerde inzake rangorderegeling fraudeverzekering
Provimi Holding, dochter van Provimi S.A., leed aanzienlijke fraude door een werknemer, waarbij miljoenen euro's werden verduisterd. Chubb, als verzekeraar, betaalde de verzekerde som uit op basis van een fraudeverzekering met een rangorderegeling onder Engels recht. Provimi Holding sloot schikkingen met Rabobank en Deloitte, waarbij zij afstand deed van directe vorderingen tegen deze partijen. Chubb vorderde vervolgens bij de rechtbank een verklaring dat Provimi Holding geen beroep meer kon doen op de rangorderegeling en aansprakelijk was voor de gevolgen indien Chubb geen belang meer had bij regresvorderingen.
De rechtbank oordeelde dat op de rangorderegeling Engels recht van toepassing is en dat de Claim Settlement Agreement, waarop Nederlands recht van toepassing is, geen leemte bevat die aangevuld moet worden. De schikkingen van Provimi Holding met derden tastten de verhaalsrechten van Chubb niet aan. Bovendien was er geen afstand van recht door Provimi Holding jegens Chubb aangetoond. De rechtbank verwierp ook het beroep van Chubb op redelijkheid en billijkheid en misbruik van recht.
De vorderingen van Chubb werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat verzekerden na schikkingen met derden nog steeds een beroep kunnen doen op rangorderegelingen zoals overeengekomen in fraudeverzekeringen.
Uitkomst: Vordering van Chubb tegen Provimi Holding inzake rangorderegeling wordt afgewezen en Chubb wordt veroordeeld in de proceskosten.