ECLI:NL:RBROT:2011:BR2963
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen bescherming onder bewindgestelde; kredietovereenkomst rechtsgeldig en vordering op bewindvoerder verjaard
De zaak betreft een geschil tussen Finata Bank en [A], waarbij Finata Bank betaling vordert van een kredietbedrag uit hoofde van een kredietovereenkomst die via een tussenpersoon is gesloten. [A] stond onder beschermingsbewind vanwege geestelijke beperkingen, maar Finata Bank was hiervan niet op de hoogte en hoefde dit ook niet te zijn. De rechtbank oordeelt dat de vernietiging van de kredietovereenkomst door de bewindvoerder De Rotonde daarom niet doel treft.
De rechtbank stelt vast dat Finata Bank geen onderzoeksplicht heeft geschonden, mede omdat [A] eerder kredietovereenkomsten correct is nagekomen en de rekening waarop betalingen plaatsvonden niet aanleiding gaf tot twijfel. De kredietvergoeding van 11,3% per jaar is niet onredelijk hoog en kan worden gevorderd.
In de vrijwaringsprocedure vordert De Rotonde betaling van [B], de voormalige bewindvoerder, wegens tekortschieten in zijn verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat deze vordering verjaard is, omdat De Rotonde en [A] al in 2004 op de hoogte waren van de schade en de aansprakelijke persoon, maar pas in 2010 dagvaarden. Het beroep op verjaring wordt niet onaanvaardbaar geacht.
De rechtbank veroordeelt [A] en De Rotonde tot betaling aan Finata Bank van € 27.286,17 vermeerderd met de kredietvergoeding, en wijst de vordering in de vrijwaring tegen [B] af. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [A] en De Rotonde tot betaling van het kredietbedrag met rente aan Finata Bank en wijst de vrijwaringsvordering tegen [B] af wegens verjaring.