ECLI:NL:RBROT:2011:BR4580
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bergen
- T. Damsteegt
- J. de Gans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken publiekrechtelijke bevoegdheid bij bed-bad-broodvoorziening
Eiser verzocht op 18 maart 2011 om hulp in de vorm van een bed-bad-broodvoorziening vanwege dakloosheid en gebrek aan inkomsten. Hij stelde dat hij recht had op ondersteuning op grond van de Wmo, WWB of buitenwettelijke hulp en verzocht om een snelle beslissing. Verweerder stelde dat geen wettelijke grondslag bestond voor het verzoek en dat het om feitelijk handelen ging, waardoor geen besluit in de zin van de Awb was genomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder wel tijdig had beslist op de aanvragen op grond van de WWB en Wmo, maar dat het verzoek om buitenwettelijke hulp geen besluit was omdat er geen publiekrechtelijke bevoegdheid voor de bed-bad-broodvoorziening bestond. Dit werd bevestigd door de beleidsbrief van verweerder waarin werd aangegeven dat de voorziening tijdelijk en sobere aard had en onder regie van de GGD zou plaatsvinden zonder wettelijke grondslag.
Daarom werd het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op het verzoek om buitenwettelijke hulp niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Rotterdam op 14 juli 2011 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een publiekrechtelijke bevoegdheid voor de bed-bad-broodvoorziening.